
Een keerklep werkt alleen goed wanneer deze correct wordt gemonteerd. Het belangrijkste controlepunt is de pijl op het klephuis: deze moet in dezelfde richting wijzen als de normale stromingsrichting van het water of andere toegestane medium. Bij de universele veerbelaste EnergyBy-keerkleppen is daarnaast veel vrijheid in de montagepositie.
Voor een betrouwbare en onderhoudsvriendelijke installatie is ook de plaats in het leidingwerk belangrijk. Denk aan voldoende afstand tot een circulatiepomp of bocht, het doorspoelen van de leiding vóór montage en het toepassen van afsluiters zodat de keerklep later eenvoudig bereikbaar en demonteerbaar blijft.
- Bepaal eerst de normale stromingsrichting.
- Controleer de pijl op de keerklep.
- Spoel het leidingwerk vóór montage goed door.
- Monteer de keerklep zonder ongewenste mechanische spanning op het huis.
- Houd bij een circulatiepomp of bocht rekening met de voorgeschreven rechte leidinglengte.
- Maak de keerklep waar mogelijk bereikbaar voor inspectie en onderhoud.
De pijl op de keerklep bepaalt de stromingsrichting
Op het huis van een keerklep staat een pijl. Deze geeft aan in welke richting het medium door de klep mag stromen. Bij montage moet de pijl daarom in dezelfde richting wijzen als de normale stroming in de installatie.

De pijl op het klephuis moet overeenkomen met de normale stromingsrichting van het medium.
Wordt de keerklep omgekeerd gemonteerd, dan probeert het interne afsluitelement juist de gewenste stroming tegen te houden. Het gevolg kan zijn dat er nauwelijks of geen doorstroming ontstaat.
Horizontaal of verticaal: hoe mag een veerbelaste keerklep worden gemonteerd?
De universele veerbelaste EnergyBy-keerkleppen zijn volgens de productdocumentatie geschikt voor montage in verschillende posities. Dat is mogelijk doordat de veer actief helpt om het afsluitelement tegen de zitting te sluiten.
Bij horizontale én verticale montage blijft de stromingspijl leidend. Een verticale leiding verandert dus niet de functie van de pijl: deze moet nog steeds in de gewenste stromingsrichting wijzen.
Afstand tussen keerklep, circulatiepomp en bochten: de 10 × D-regel
In de EnergyBy-installatievoorschriften wordt bij montage dichtbij een circulatiepomp of bocht een afstand aangehouden van minimaal 10 keer de buisdiameter. Daarmee krijgt de stroming een rechter leidingtraject voordat deze de keerklep bereikt.
Bij een buisdiameter van 22 mm:
10 × 22 mm = 220 mm
Houd in dit voorbeeld dus minimaal 220 mm rechte leiding tussen de circulatiepomp of bocht en de keerklep aan.

Installatievoorbeeld: houd tussen circulatiepomp en keerklep minimaal 10 × de buisdiameter aan.
Keerklep tussen twee kogelkranen monteren
Wanneer de installatie het toelaat, adviseert EnergyBy om de keerklep tussen afsluiters te plaatsen. Door aan beide zijden een kogelkraan te plaatsen kan het betreffende leidingdeel worden afgesloten wanneer de keerklep later moet worden gecontroleerd, gereinigd of vervangen.

Twee afsluiters maken het eenvoudiger om de keerklep later bereikbaar en demonteerbaar te houden.
Plaats de afsluiters zo dat de keerklep fysiek kan worden uitgebouwd. Alleen twee afsluiters plaatsen is niet voldoende wanneer er door de gekozen koppelingen of leidingopbouw geen ruimte is om de klep los te nemen.
Spoel de leiding vóór montage goed door
Vuil in het leidingwerk kan tussen het afsluitelement en de zitting terechtkomen. Daardoor kan een keerklep minder goed afsluiten. EnergyBy adviseert daarom om het leidingwerk vóór montage goed door te spoelen en aanwezige verontreinigingen te verwijderen.
Voorbeelden zijn slib, magnetiet en andere vaste verontreinigingen. In installaties waar vervuiling kan voorkomen kan een geschikt vuilfilter of magneetfilter helpen om de keerklep en andere componenten te beschermen.
Keerklep met schroefdraad monteren
Keerkleppen met binnendraad en/of buitendraad worden met passende schroefdraadaansluitingen in het leidingwerk opgenomen. Controleer vóór montage de juiste draadmaat en de combinatie FF, FM, MF of MM.
Gebruik een voor de installatie en het medium geschikte afdichtmethode voor de schroefdraad. Breng afdichtmateriaal alleen aan op de daarvoor bedoelde draadverbinding en voorkom dat resten in de keerklep of leiding terechtkomen.
Gebruik bij het vastzetten de daarvoor bedoelde sleutelvlakken en voorkom onnodige torsie of mechanische spanning op het klephuis en aangrenzende leidingen. Na montage wordt de verbinding gecontroleerd op dichtheid.
Keerklep controleren en onderhouden
De controlefrequentie hangt af van de bedrijfsomstandigheden en de gebruiksfrequentie. Functioneel moet de keerklep sluiten wanneer de voorwaartse stroming wegvalt en voorkomen dat water in de tegengestelde richting terugstroomt.
Wanneer de keerklep niet meer goed afdicht, kan vervuiling rond de zitting of pakking een oorzaak zijn. Maak het betreffende leidingdeel drukloos en volg de onderhoudsinstructies van de specifieke uitvoering. Reinig of vervang de keerklep wanneer dat nodig is.
| Signaal | Mogelijke oorzaak | Controle |
|---|---|---|
| Terugstroming terwijl de klep moet sluiten | Vuil op zitting/afdichting of slijtage | Demonteren en inspecteren; reinigen of vervangen indien nodig |
| Onvoldoende doorstroming | Verkeerde montagerichting, vervuiling of ongeschikte maat | Controleer pijl, vrije doorgang en dimensionering |
| Lekkage bij draadverbinding | Probleem in de schroefdraadverbinding | Maak drukloos en controleer draad en afdichting |
Praktische controle vóór je de keerklep monteert
- Juiste type? Veerbelaste keerklep, swing terugslagklep of een andere terugstroomvoorziening?
- Juiste maat? Controleer de leiding- en draadmaat.
- Juiste aansluiting? FF, FM, MF of MM moet passen bij de tegenaansluitingen.
- Juiste toepassing? Controleer druk, temperatuur en medium.
- Pijl goed? De pijl moet met de gewenste stroming mee wijzen.
- Plaatsing goed? Houd rekening met pomp, bochten en bereikbaarheid.
- Leiding schoon? Spoel vóór montage verontreinigingen uit.
- Onderhoud mogelijk? Zorg dat de keerklep later bereikbaar blijft.
Veelgemaakte fouten bij het monteren van een keerklep
| Fout | Waarom / gevolg | Beter |
|---|---|---|
| Keerklep tegen de pijl in monteren | De normale stroming wordt geblokkeerd | Pijl met de normale stromingsrichting mee |
| Leiding niet doorspoelen | Vuil kan tussen zitting en afsluitelement komen | Leiding vóór montage goed spoelen |
| Te dicht bij pomp of bocht plaatsen | Wijkt af van het EnergyBy-installatievoorschrift | Houd bij deze keerkleppen minimaal 10 × D aan |
| Keerklep onbereikbaar inbouwen | Inspectie of vervanging wordt onnodig lastig | Maak de installatie onderhoudsvriendelijk |
| Montageregels van een veerbelaste klep toepassen op een swingklep | Een swingklep is gevoeliger voor montagepositie | Volg de instructies van het specifieke type |
Veelgestelde vragen over het monteren van een keerklep
Meer over keerkleppen en montage
Een correcte montage begint bij de juiste keerklep. Controleer daarom vóór installatie ook het type, de aansluiting, het insertmateriaal, de temperatuur en de toepassing.
Bekijk het complete overzicht in keerkleppen – werking, soorten en toepassingen.
EnergyBy: keerkleppen praktisch en onderhoudsvriendelijk monteren
EnergyBy heeft keerkleppen met verschillende aansluitingen, maten en interne uitvoeringen. Bij de universele veerbelaste uitvoeringen is de stromingspijl het belangrijkste uitgangspunt voor de montagerichting.
Door daarnaast rekening te houden met schoon leidingwerk, voldoende afstand tot pompen en bochten en bereikbaarheid voor onderhoud ontstaat een installatie die niet alleen correct werkt, maar later ook praktisch te controleren is.



